We gaan naar de dierentuin. Dat is lang geleden. Ik heb er zin in, ondanks dat ik altijd wat moeite heb met gekooide dieren. Ooit hadden we een pleeghamster en dat bleek voor beide partijen geen onverdeeld succes.

Er zijn weinig bezoekers in de dierentuin, want er mag slechts een beperkt aantal tegelijk naar binnen. Voor de parkinkomsten minder fijn, maar als bezoeker is het heerlijk. In alle rust kun je overal vooraan staan en op je gemak de giraffen, stokstaartjes en Afrikaanse leeuwen observeren.

Veel dieren lijken te floreren bij wat minder toeschouwers, maar de apen hebben ons duidelijk gemist. Ze waren gewend om in het middelpunt van de belangstelling te staan, maar ineens, als een stel uitgerangeerde artiesten, bleven al hun fans weg. Ik snap wel dat dat verwarrend is en ze zich (bij elkaar) achter de oren hebben gekrabd. Ze zijn dan ook blij om ons te zien.

Een donzig aapje gaat vlakbij het raam zitten en probeert onze aandacht te trekken. Hij zwaait met een prei en maakt gekke sprongen, zonder zijn ogen van Zoon af te halen. Zoon is verrast dat de aap hem zo aankijkt. Ik leg uit dat dit om dezelfde reden is waarom hij zo graag naar de aap kijkt. ‘Vindt hij mij ook grappig?’ ‘Ja, absoluut!’ zeg ik.

Bij het volgende verblijf krijg ik Man, tiener én puber zover om te poseren voor een foto, met op de achtergrond een prachtige olifant. Als ze eindelijk opgesteld staan en ook puber een glimlach laat zien, draait de olifant zijn gigantische achterwerk naar ons toe. Net als ik de foto wil maken, besluit de kolonel van de jungle om zijn enorme blaas te legen. Een olifant met humor.

In het Chinese paviljoen bekijken we de pasgeboren babypanda via de webcam. Wonderlijk dat zo’n klein wezen kan uitgroeien tot een reusachtige beer.

Man wil niet mee naar binnen in de vleermuizengrot. Sinds de corona uitbraak heeft hij het niet zo op vleermuizen. Dat ze achter driedubbel glas zitten, maakt hem alsnog niet enthousiast. De superheldenstatus van Batman moet hier ook onder lijden.

In het Berenbos lopen beren die zijn bevrijd van een nare jeugd waarin ze als straatartiest moesten optreden. Sommige beren hebben jaren opgesloten gezeten in een kleine ruimte en konden niets anders dan rondjes lopen. Op een bordje lezen we dat er een beer is die nog steeds, ondanks haar vrijheid in het Berenbos, kleine rondjes loopt. Dat gebeurt er dus met je, als je te lang in een lockdown zit.

Wat vooral opvalt is de rust in het park en bij onszelf. We hoeven vandaag (en morgen) verder nergens naar toe, net als de dieren. Door de stilte horen we opvallend mooie vogelgeluiden. We kijken naar een zich traag voortbewegende woudschildpad en blijven net zo lang bij de reptielen tot we de slang met camouflagevel hebben gevonden. Tot slot doen we nog een rondje apen.

Een tripje naar de dierentuin is echt de moeite waard, helemaal nu. De apen doe je er in ieder geval een groot plezier mee.