Ik heb me aangemeld voor een webinar van een psycholoog over ‘werkenergie in coronatijd’. Omdat mijn vitaliteit deze week tot een dieptepunt is gedaald, lijkt me dit een goede investering. Ook al is het mijn vrije dag, waarop ik het liefst offline ben. Ik sleep mezelf naar mijn laptop met het vooruitzicht twee uur achterover te leunen en te horen hoe de psycholoog in kwestie mijn energie weer terug op peil brengt.

Vlak voor aanvang krijgen we een formulier met gespreksonderwerpen toegestuurd. Er wordt een actieve inbreng verwacht van de deelnemers. ‘Nee hè, interactie!’ Even overweeg ik me last-minute af te melden, maar ik verman mezelf.

We beginnen met een poll. De eerste vraag is hoeveel energie je hebt, waarbij je kan kiezen tussen weinig, neutraal en veel. Meteen daarna komt er een grafiek in beeld met de uitslag. De psycholoog merkt op dat er één iemand is die ‘weinig’ heeft ingevuld. Ik vraag me af of ik nu mijn hand moet opsteken voor een persoonlijke analyse, maar ze praat vrolijk verder. ‘Ben ik echt de enige met weinig energie hier?’ vraag ik me af. Ik zie linksboven een vrouw die haar hoofd ondersteunt met twee handen, die loopt vanmiddag ook geen marathon.

Na een korte uitleg over wat je nodig hebt als mens op de werkvloer, worden we ingedeeld in groepjes, in aparte virtuele ruimtes. We moeten praten over waar er voor onszelf het meest te winnen valt. Van het nadenken over mijn tekortkomingen raak ik niet opgepept. Dan komt de vraag: ‘Wie heeft jou geïnspireerd in jouw loopbaan en waarom?

Ik laat mijn gedachten de vrije loop en denk terug aan mijn eerste echte baan. Daar was Arja. Ik dacht altijd: ‘Wat is zij kordaat en zelfverzekerd!’ Dat ga ik ook worden. Bij mijn tweede baan was daar de flamboyante Cé, tot op de dag van vandaag een grote inspiratiebron. En Michiel, ik wens iedere organisatie met voornamelijk vrouwen een Michiel. Daarna werkte ik met Jeroen. Van hem heb ik twee dingen geleerd die op de werkvloer héél belangrijk zijn: goede catering en lol. En toen waren daar Ikram, Yousra, Johan, Tara en al mijn collega’s van nu die onmisbaar zijn voor werkplezier.

Dat is dus wat er ontbreekt op mijn thuiswerkplek. Collega’s die zorgen voor lol, goede catering en ‘overleg’ bij de espressomachine. Dat krijg je niet via een scherm.

En zo heb ik zelf de oorzaak gevonden van mijn lage energielevel. Een fraai staaltje psychologie.

Binnenkort ben ik weer op de echte werkvloer, mét collega’s. Daarna kan ik een marathon lopen.