Deze blog krijgt waarschijnlijk veel likes. Niet vanwege de goed lopende zinnen, maar vanwege de foto. Uren kun je besteden aan de opbouw van je verhaal. Maar die vriendin die een halfscherpe foto op social media zet, krijgt meer likes dan ik met mijn noeste schrijfarbeid ooit zal krijgen.
Op die halfscherpe foto staat namelijk een kat. En dat doet iets met de algoritmes van social media óf met de hersens van haar gebruikers. Alle logica (die foto is niet scherp, dat beest is niet de knapste) lijkt verdwenen.

Maar zo makkelijk ga ik niet scoren, er staat niet voor niks een foto van een kat bij deze blog. Na maanden anderhalvemeteren zijn zíj namelijk de enige groep in de samenleving die er niet slechter van is geworden.
Waar ze vorige winter alle werkdagen alleen in een koud huis zaten, met soms de pech van een lege voerbak omdat één van de niet-harige huisgenoten zijn kattendienst was vergeten, is het nu één al warmte en aandacht. Dit moet de kattenhemel zijn. En ze zijn daar met velen.

Bijvoorbeeld bij die collega die zich in de online-meeting verontschuldigt vanwege een zielig gejank op de achtergrond. Ze loopt even uit beeld en komt terug met de jankebol op haar arm. Haar harige huisgenoot kijkt me met een betekenisvolle blik aan, terwijl hij zich gewillig laat aaien. De aanblik van een tevreden spinnende kat heeft dat zelfde effect op mijn hersens als bij die social media scrollers. Alle logica is verdwenen, waardoor ik blijf switchen tussen een zakelijk gesprek en een kraambezoek (goh, hoeveel eet ie nou eigenlijk en waar slaapt ie?)
Of bij mij thuis waar mijn eigen kat met alle macht probeert in te breken in mijn werkkamer, omdat het tijd is voor haar dagelijkse portie aai-endorfines. Pas als ze zich op mijn schoot heeft geïnstalleerd stopt het geklaag, terwijl ik de draad van mijn meeting weer probeer op te pakken.

Veel thuiswerkers snakken inmiddels naar een aaitje van een collega (figuurlijk dan hè), de warmte van een kantoortuin en een goed gevulde voerbak in de bedrijfskantine. De stress en eenzaamheid beginnen hun tol te eisen.
Oh, wat pasten we ons snel aan toen alles op slot ging. De LinkedIn-posts over gezellige Zoom-meetings, webinars, creatieve-interactieve-digitale-weet-ik-veel-wats vlogen je om de oren. De gemiddelde werknemer had dat kantoor helemaal niet nodig. ’s Ochtends in het donker op weg naar je werk, dat was iets voor mensen met een echte baan; een vakkenvuller, verpleegkundige of docent. We klapten onze handen voor ze kapot, terwijl we ons nog eens omdraaiden in bed, want die reistijd kon nu ook op andere manieren worden besteed.

Maar we zijn het beu. We kunnen alle muren in ons huis uittekenen, net als de plafonds, neusgaten en capuchontruien van onze collega’s. Om het nog maar niet te hebben over die Teams-achtergrond van die New Yorkse loft waar het altijd mooi weer is en waar het zo opgeruimd is dat je eigen huis lijkt op dat van een deelnemer aan het programma ‘Help mijn man is klusser.’ Wat missen we die collega’s, de échte gesprekken in de wandelgangen, de flauwe grappen, en zelfs de slechte koffie, gewoon omdat samen koffiedrinken zoveel leuker is dan alleen.

En toen las ik, in een artikel met overlevingstips voor sombere thuiswerkers, de gouden tip van iemand die verstand heeft van ons brein. Zomaar gratis weggegeven, zonder dat je op een wachtlijst voor een psycholoog hoeft te staan vanwege een tsunami aan burnoutklachten: “Kijk af en toe een kattenfilmpje voor de ontspanning.”
De algoritmes van social media wisten dit natuurlijk allang. Ik kijk naar mijn harige huisgenoot die languit op de verwarming ligt. Alle twijfels over deze te simpele thuiswerktip verdwijnen. Ik ontspan, doe mijn laptop dicht en zeg, Like!